Tanja Nijmeijer - Facts

Het Uitleveringsverzoek


In de uitzending van het debat-programma Kwesties (archived versie) op NPORadio1 van Zondag 26 Januari 2020, kwam ook de red notice van Interpol en het eventuele uitleveringsverzoek van Amerika ter sprake. De gasten vonden unaniem dat Tanja Nijmeijer uitgeleverd moest worden en een enkele zei dat ze zichzelf moest aangeven bij Interpol. Ook hier was het voor ons verrassend dat iedereen zich zo sterk uitsprak, terwijl men duidelijk niet van de hoed en de rand wist. Sommige deelnemers zeiden zelfs vooraf dat ze niet genoeg van de zaak afwisten, om daarna toch hun gedetailleerde mening te geven. Hun mening stond klaarblijkelijk toch al vast. Maar een zaak in Nederland rondom uitlevering is toch behoorlijk complex.

De Interpol red notice (archived versie) vermeldt de volgende 'charges':

1) Conspiracy to Commit Hostage Taking (1 count) 2) Hostage Taking (3 counts) 3) Using a Firearm During a Crime of Violence (1 count) 4) Conspiracy to Provide Material Support to Terrorists (1 count) 5) Conspiracy to Provide Material Support or Resources to a Designated Foreign Terrorist Organization (1 count)

De 'charges' zijn de artikelen uit het Amerikaanse wetboek van strafrecht waarvan het amerikaanse OM denkt dat die overtreden zijn door de aangeklaagden. De notice vermeldt echter niet bij welke specifieke daad (of daden) die artikelen overtreden zouden zijn en op welke grond. Het is op het eerste gezicht nogal ongewoon dat de V.S. rechtsmacht denkt te hebben over misdaden die buiten haar grondgebied gepleegd zijn. Daarvoor moeten we om te beginnen dus de indictment zelf lezen. Die is wat moeilijker online op te sporen, maar de onafhankelijke Amerikaanse journaliste Marcy Wheeler heeft er de hand op weten te leggen. De officiële indictment is hier te vinden. Het is een indictment van 14 personen die allemaal iets te maken hebben gehad met de moord op 1 (Janis) en de gevangenneming van 3 Amerikaanse staatsburgers (Gonsalves, Stansell en Howes). De 3 Amerikanen zijn 5 jaar en 3 maanden gegijzeld geweest voordat ze bevrijd werden. Ze hebben een boek geschreven 'Out of Captivity, Surviving 1967 Days in the Colombian Jungle', dat ook in het Nederlands vertaald is met de titel 'Gegijzeld vijf jaar gevangen door de FARC in de Colombiaanse jungle'. Het concrete aandeel van Tanja Nijmeijer is het tolken geweest tussen FARC-commandanten en gijzelaars voor video-opnamen, die verstuurd zijn naar de Colombiaanse autoriteiten om de eisen kracht bij te zetten. De videos zijn nog op Youtube terug te vinden. Tanja Nijmeijer is maar een paar dagen in dat kamp geweest en heeft dagen door de jungle moeten lopen om er te komen. De voorwaarde van de FARC voor vrijlating is altijd alleen gevangenenruil geweest. Iets wat trouwens ook in de indictment genoemd wordt maar waarop de Colombiaanse autoriteiten nooit op ingegaan zijn. Eerlijk gezegd lijkt het ons wat ruim gedefinieerd om iemand die alleen 2 dagen heeft getolkt bij het opnemen van video's gelijk ook maar te beschuldigen van deelname aan een samenzwering tot gijzeling en medepleging van de gijzeling zelf.

Geldt er een verjaringstermijn in de Verenigde Staten voor de misdaden waarvan Tanja Nijmeijer in staat van beschuldiging gesteld is? Het korte antwoord is ja, maar die termijn is niet van toepassing in haar geval. Anders dan in Nederland geldt in de V.S. een verjaringstermijn voor de periode tussen het plegen van de daad en de tenlastelegging door het Amerikaanse OM (normaal prosecutor's office, maar in dit geval U.S. district court of the district of Columbia). Indien een tenlastelegging (indictment) wordt ingediend nadat de verjaringstermijn (statute of limitation) is verstreken, kan de verdachte ontslag van rechtsvervolging verkrijgen. De tenlastelegging voor medeplichtigheid aan gijzeling (hostage taking) is door het Amerikaanse OM ruimschoots op tijd opgesteld. De verjaringstermijn voor medeplichtigheid aan gijzeling is 8 jaar. De gijzeling vond plaats op 13 februari 2003 en de tenlastelegging is gedateerd 15 mei 2009. De tussenliggende periode is 6 jaar en 2 maanden en daarmee dus korter dan de 8 jaar. Voor misdaden met de dood tot gevolg bestaat geen verjaringstermijn in de Verengde Staten.

Maar er is méér aan dit verhaal wat interessant is. Dat wordt duidelijk voor degene die het boek van Gonsalves, Stansell en Howes leest. Wat deden die Amerikanen daar eigenlijk in Colombia en waren het wel 'gewone burgers'? De 4 Amerikanen + 1 Colombiaanse sergeant waren in opdracht van het Pentagon bezig met een verkenningsvlucht in een éénmotorige Cessna Grand Caravan. De Colombiaanse sergeant maakte deel uit van de missie, omdat het Colombiaanse leger de operatie zag als een militaire missie boven het Colombiaanse grondgebied. De opdracht van het Pentagon was uitbesteed aan een Private Military Contractor (PMC) 'Northrup Grumman' die de klus uitbesteed had aan een van zijn dochters 'California Microwave'. De verkenningsvluchten hadden tot doel drugs-laboratoria en FARC-kampen op te sporen in de jungle en dat gebeurde met Forward Looking InfraRed apparatuur. Resultaten van die verkenningsvluchten werden vervolgens gebruikt om o.a. die FARC-kampen vanuit de lucht te bestoken met bommen. Tanja Nijmeijer heeft 4 van die aanvallen meegemaakt en overleefd. De Amerikanen beklagen zich erover in hun boek waarom ze met een éénmotorig vliegtuig moesten vliegen en niet met een tweemotorig zoals de Beechcraft King Air 300. Bij een motorstoring heb je dan in ieder geval nog een motor over. Op 13 Februari 2003 gebeurde het onvermijdelijke, de Cessna met de 5 mannen kreeg motorpech en moest een noodlanding maken. Ze overleefden alle 5, maar FARC-guerrillero's hadden het toestel met problemen gespot en haastte zich er naar toe. De vijf waren zich daar bewust van en verstopte haastig hun vuurwapens en hun opdracht-formulieren van het Pentagon. De FARC arriveerde zeer snel. Ze schoten ter plekke de Colombiaanse sergeant dood. De Amerikaan Janis werd dood geschoten op de vlucht.

In de ogen van de Amerika waren er 3 staatsburgers gegijzeld door een groep Colombiaanse Narco-terroristen. In de ogen van de FARC waren de Amerikanen huurlingen in dienst van de vijand (de Colombiaanse staat). De Amerikanen werden conform de Geneefse conventies als krijgsgevangenen (Prisoner of War, PoW) behandeld door de FARC gedurende hun gevangenschap en er is ook al vrij snel een PoW-ruil aangeboden aan de Colombiaanse regering. De FARC heeft altijd haar best gedaan zich zoveel mogelijk als legitieme oorlogvoerende organisatie te manifesteren. Dat is helaas vaak niet gelukt. De Genève conventies geven daar richtlijnen voor, zoals o.a. het dragen van een altijd zichtbaar uniform met schouder-embleem en het goed behandelen van PoW's. Een status van oorlogvoerende organisatie (belligerent force) geeft voordelen omdat het oorlogsrecht dan van toepassing verklaard kan worden en bepaalde 'misdaden' dan niet volgens het burgerlijk strafrecht vervolgd kunnen worden. De status 'oorlogvoerend' is ook belangrijk voor latere vredesonderhandelingen. De Colombiaanse regering heeft altijd alleen maar gesproken over 'gijzelaars' als het over gevangenen van de FARC ging. Iets wat door de Nederlandse media gretig overgenomen is. Maar er is onderscheid te maken tussen PoW's , politieke gevangenen, gijzelingen voor losgeld en gijzelingen van wanbetalers van revolutiebelasting. De laatste twee zijn zonder meer misdadig en vallen onder het Colombiaanse strafrecht, geen discussie mogelijk. Maar in de ogen van de FARC heeft ook de Colombiaanse regering zich veelvuldig schuldig gemaakt aan de eerste twee vormen van gevangenschap. Er zijn duizenden FARC-strijders in de gevangenis terecht gekomen met lange straffen alleen omdat ze met een geweer en in een FARC-uniform liepen. Ook zijn er vele vreedzame linkse sympathisanten alleen voor hun denkbeelden jarenlang in voorarrest gehouden, zonder proces of officiële aanklacht; politieke gevangenen dus van de Colombiaanse staat.

Het verhaal van de drie Amerikaanse gijzelaars past ook in een breder verhaal van de Amerikaanse buitenland-politiek en strijdkrachten. Al tientallen jaren worden er steeds meer militaire activiteiten ge-outsourced aan zgn. Private Military Contractor's (PMC's) die massaal worden ingezet tijdens oorlogen of militaire interventies in het buitenland. Het bespaart kosten en body-bags voor de Amerikanen. Maar PMC's nemen de Genève conventies (International Humanitary Law) niet zo nauw en ook de controle daarop is gering. De treurige incidenten van de Amerikaanse PMC-bedrijven CACI, Blackwater, Titan Corp en Aegis Defence Services in Irak zijn voorbeelden. Andere voorbeelden uit het eerste decennium van deze eeuw in Colombia zijn bijv. het vliegen van de Sikorsky UH-60 Black Hawk gevechtshelikopters door piloten in dienst van de Amerikaanse PMC Dyncorp tijdens patrouille, search & rescue en combat-akties, terwijl de V.S. officieel niet in het Colombiaanse conflict getreden zijn.

De indictment waar ook Tanja Nijmeijer wordt genoemd, wordt erg serieus genomen door de Amerikanen. De veroordelingen in gevoerde processen zijn tot nu toe zijn zwaar. Juvenal Ovidio Ricardo Palmera Pineda (alias Simón Trinidad) is in 2008 na een rommelige procesgang en rammelende bewijsvoering tot 60 jaar gevangenschap veroordeeld. In eerste instantie aangeklaagd voor 'kidnapping' van de drie Amerikanen, terwijl hij er niet direct bij betrokken was, maar toen dat niet bewezen kon worden is een andere aanklacht bedacht. Alexander Beltrán Herrera is in 2014 veroordeeld tot 27 jaar gevangenschap wegens 'kidnapping'. Hij was commandant van een FARC eenheid die de Amerikanen gedurende 2 jaar bewaakte. Dit soort strafprocessen in de VS dienen duidelijk een afschrikwekkend doel om in de toekomst te voorkomen dat Amerikaanse 'burgers' wereldwijd 'gekidnapt' worden en krijgen daarmee een politieke lading. Maar voor Amerikaanse PMC's is het een allerminst prettig vooruitzicht. Als buitenlandse guerrilla-strijders weten dat de VS standaard om uitlevering van de daders gaat vragen bij gevangen genomen Amerikaanse PMC's, krijgen ze natuurlijk direct de kogel. En zelfs al worden PMC's gevangen gehouden, dan zal dat voor zeer lange tijd zijn want de VS onderhandelt nooit.

Scenario 1

Mocht Tanja Nijmeijer in Nederland verschijnen, terwijl ze zich nog volledig onderworpen heeft aan het JEP tribunaal (zoals tijdens het moment van schrijven nog steeds het geval is), wat gebeurt er dan? Ze zal bij de douane aangehouden worden omdat ze gesignaleerd staat op de red notice list van Interpol en 24 of 48 uur vastgehouden voor ondervraging. Waarschijnlijk zullen de Amerikanen binnen 24 uur een daadwerkelijk uitleveringsverzoek indienen bij de Nederlandse Minister van justitie. Als de Minister niet meteen het verzoek afwijst zal hij het uitleveringsverzoek doorgeven aan de officier van justitie. Het uitleveringsverzoek komt vervolgens terecht bij de rechtbank en de rechtbank doet onderzoek. Het OM adviseert de rechtbank alleen. De rechtbank zal al gauw tot de conclusie komen dat, doordat ze zich tot nu toe onderworpen heeft aan het JEP tribunaal in Colombia en al een keer heeft getuigd (archived versie) i.v.m. haar mogelijke aandeel in de ontvoeringszaken van Ingrid Betancourt en Gonsalves, Stansell en Howes, een uitlevering aan Amerika in strijd is met het ne bis in idem’-principe. Ook het Nederlandse recht respecteert dit principe en bovendien staat het nog eens expliciet vermeld in artikel 5 van het uitleveringsverdrag (archived versie) met de V.S.. Het principe houdt in dat niemand voor dezelfde feiten twee keer veroordeeld kan worden. Het maakt niet uit of ze door het JEP tribunaal veroordeeld of vrijgesproken wordt of amnestie krijgt, zolang ze zich onderwerpt aan het Colombiaanse JEP-tribunaal, is in Nederland een uitlevering aan de Verenigde Staten een kansloze zaak. Als ze uitreist uit Colombia, moet ze bovendien toestemming hebben van de Colombiaanse autoriteiten, omdat ze zich beschikbaar moet kunnen houden voor het JEP tribunaal voor verdere ondervraging of getuigenis. Tanja Nijmeijer zal na 24 of 48 uur vermoedelijk dus weer vrijgelaten worden als ze een goede Nederlandse advocaat in de arm neemt. Mogelijk moet ze haar paspoort inleveren als het onderzoek van de rechtbank langer gaat duren. Als de uitspraak van de rechtbank het uitleveringsverzoek niet toelaatbaar acht, moet de minister van justitie die uitspraak opvolgen. Er kan een probleem ontstaan als i.v.m. het onderzoek van de rechtbank zij bijv. 4 maanden Nederland niet mag verlaten en ze van het JEP-tribunaal Colombia maximaal 3 maanden mag verlaten. In dat geval zou ze zich ongewild onttrekken aan de Colombiaanse rechtsgang.
Reist ze vanuit Colombia naar een ander EU land dan geldt in principe eenzelfde soort verhaal als hierboven. Zie ook Een Nederlandse rechtszaak?!
Als het JEP tribunaal in Colombia alle veroordelingen en straffen in Caso001 (gijzelingen) heeft uitgesproken en dus ook inzake Tanja Nijmeijer, dan is er een grote kans dat ookhet Amerikaanse OM de indictment voor Tanja Nijmeijer zal moeten laten vallen vanwege het ne bis idem principe dat ook door de Verenigde Staten gerespecteerd wordt. Daarmee vervalt dan ook de Interpol red notice listing. Maar het duurt nog wel enkele jaren voordat caso001 afgesloten is.


Scenario 2

Mocht ze zich echter willen onttrekken aan het Colombiaanse JEP tribunaal en/of haar eventuele straf in Colombia willen ontlopen door naar Nederland te komen, dan wordt het een ander verhaal. De rechtbank zal dan eerst verifiëren of de zaken waarvoor de Amerikanen Tanja Nijmeijer willen vervolgen in de Nederlandse wetgeving eveneens strafbaar zijn. Dat lijkt inderdaad het geval te zijn. Ook wordt volgens artikel 2.3.a van het uitleveringsverdrag (archived versie) met de V.S. alléén uitgeleverd door Nederland als de feiten die gepleegd zijn buiten het grondgebied van de verzoekende staat [V.S.] indien de rechters van de aangezochte staat [NL.] in gelijksoortige omstandigheden bevoegd zouden zijn daar extraterritoriale rechtsmacht over uit te oefenen. Dat lijkt het geval te zijn a.g.v. artikel 4 en 5 van het Wetboek van Strafrecht (archived versie) en ook het besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht (archived versie) uit 2019 bevestigt dit nog eens. Zowel Nederland als de V.S. hebben het VN-verdrag International Convention against the Taking of Hostages van 1983 ondertekend en geratificeerd. Beide landen baseren grotendeels hun extraterritoriale rechtsmacht inzake gijzelingen van hun staatsburgers in het buitenland op dit verdrag. Dit verdrag maakt echter geen uitzonderingen voor PoW's bij een intern conflict zoals in Colombia. Ook sluit het 'de staat' als gijzelnemer uit. Omdat in Nederland internationale VN-verdragen gelden boven nationale wetgeving zou dit kunnen betekenen dat een uitleveringsverzoek voor Tanja Nijmeijer wordt toegelaten door de rechtbank. Echter, er zijn wat juridische tegenwerpingen:

Artikel 1 (vertaald) luidt als volgt:

Een persoon die een andere persoon (hierna te noemen de "gijzelaar") in beslag neemt of vasthoudt en dreigt te doden, te verwonden of vast te houden om een derde, namelijk een staat, een internationale intergouvernementele organisatie, een natuurlijke of rechtspersoon of een groep personen, te dwingen een handeling te verrichten of na te laten als expliciete of impliciete voorwaarde voor de vrijlating van de gijzelaar, pleegt het misdrijf van gijzelneming ("gijzeling") in de zin van dit verdrag.

Elke persoon die:

  • probeert een gijzelingsactie te plegen, of

  • deelneemt als medeplichtige van eenieder die een gijzelingsdelict pleegt of tracht te plegen,

pleegt eveneens een strafbaar feit in de zin van dit verdrag.

Het artikel gaat dus uit van een 'persoon' als gijzelnemer (dader) en dus niet een organisatie zoals een staat of een guerrilla-leger, terwijl wel over een rechtspersoon, NGO, staat of groep personen wordt gesproken als de partij die aan een eis van de gijzelnemer dient te voldoen.

Artikel 8 (vertaald) luidt als volgt:

Voor zover de Verdragen van Genève van 1949 ter bescherming van oorlogsslachtoffers of de Aanvullende Protocollen bij deze Verdragen van toepassing zijn op een bepaalde gijzelingsactie, en voor zover de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag krachtens deze Verdragen gehouden zijn de gijzelnemer te vervolgen of over te dragen, is dit Verdrag niet van toepassing op een gijzelingsactie in het kader van gewapende conflicten zoals omschreven in de Verdragen van Genève van 1949 en de Protocollen daarbij, met inbegrip van de gewapende conflicten die worden genoemd in artikel 1, lid 4, van Aanvullend Protocol I van 1977, waarin volkeren strijden tegen koloniale overheersing en vreemde bezetting en tegen racistische regimes bij de uitoefening van hun recht op zelfbeschikking, zoals vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Verklaring inzake de beginselen van internationaal recht betreffende vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen de staten, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 8 hierboven verwijst naar de verdragen van Genève uit 1949. Het 3e van de 5 verdragen van Genève gaat in zijn geheel over behandeling en rechten van krijgsgevangenen. Ook noemt artikel 8 naast artikel 1 van aanvullend protocol I (archived versie) van de Geneefse conventie ook 'de protocollen'. Er is namelijk ook nog een AP II en AP III. AP II (archived versie) gaat met name in op dissidente strijdkrachten bij interne conflicten. Artikel 5, AP II beschrijft hoe personen wier vrijheid is beperkt inzake het interne conflict behandeld dienen te worden. Hieraan heeft de FARC (maar ook de Colombiaanse staat) zich lang niet altijd gehouden. Maar de Colombiaanse regering heeft tijdens het vredesproces 2012-2016 de FARC uiteindelijk toch als dissidente strijdkracht inzake AP II erkent, door dit protocol grotendeels te volgen in de vredesakkoorden, de wetgeving rond het JEP-tribunaal en de uitvoering daarvan. De enigste partij die de FARC de status van dissidente strijdkracht volgens APII kan toekennen is de Colombiaanse staat. De Colombiaanse Hoge Raad heeft op 21 september 2009 met radicado 32.022 in de zaak Gian Carlo Guttiérez Suárez uitspraak gedaan dat algemeen artikel 3 en het aanvullend protocol II van de Geneefse conventie van toepassing zijn op het Colombiaanse interne conflict; dat veelal geen sprake is van terroristische daden maar van oorlogsmisdaden Daarmee staat dus zo goed als vast dat de drie Amerikanen volgens de Geneefse conventie geen 'gijzelaars' waren maar PoW's. Nederland heeft de Geneefse conventies plus AP I, II en III ondertekend en geratificeerd. Daaruit volgt dat de uitlevering van Tanja Nijmeijer door de Nederlandse rechtbank als niet toelaatbaar zou moeten worden beoordeeld. Saillant detail is dat de Amerikanen AP II wel hebben ondertekend hebben maar nooit geratificeerd, juist om bij door PMC's uitgevoerde buitenlandse militaire operaties gijzelnemers van Amerikaanse staatsburgers te kunnen vervolgen en dat is tegelijk de verklaring waarom de V.S. altijd volgehouden hebben dat het 3 'gijzelaars' betrof en niet 3 PoW's. (De V.S. zijn altijd zeer traag in het ratificeren van internationale verdragen omtrent mensenrechten (archived versie), 40 jaar of langer is geen uitzondering. Áls er al ratificatie plaats vindt, dan is het in sterk afgezwakte vorm. Bovendien worden verdragen "not self-executing" verklaard. Dit betekent dat het verdrag zonder uitvoeringswetgeving niet afdwingbaar is voor de nationale rechtbanken en een uitvoeringswet voor het verdrag in kwestie wordt standaard achterwege gelaten. Bestaande nationale wetgeving prevaleert dus altijd boven internationale verdragsteksten.)

Tevens moet gezegd worden dat de bewijsvoering die in de indictment genoemd wordt, door een Nederlandse rechter vermoedelijk zwak en politiek geladen en/of militair zal worden gevonden en dat daarom een uitlevering vermoedelijk ook niet mogelijk is volgens respectievelijk artikel 4.1 en 4.3 en 10.1 van het uitleveringsverdrag (archived versie). De Amerikanen zullen bij een uitleveringsverzoek de garantie moeten geven dat Tanja Nijmeijer in de VS niet de doodstraf krijgt. Bovendien moeten ze beloven dat ze in Nederland kan terugkeren om hier een eventuele celstraf uit te zitten. Die straf moet dan bovendien omgezet kunnen worden in een straf naar Nederlandse maatstaven.

Scenario 3

Als Tanja Nijmeijer besluit zich te onttrekken aan het JEP tribunaal en zich aan te sluiten bij de gewapende dissidente afscheiding van de FARC o.l.v. oud FARC-commandanten Iván Marquez en Jesús Santrich, dan ligt de zaak weer anders. Een eventuele amnestie of lichte vrijheidsstraf voor de medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid (aanslagen met doden) die ze mogelijk gepleegd heeft in de periode 2002-2012 in Colombia voor haar vervalt dan. Haar permanente visum voor Colombia vervalt dan ook. Als ze gevangen genomen wordt zal ze een proces krijgen en gevangenisstraf in Colombia voor haar dissidentie, maar ook voor de eventuele medeplichtigheid aan dodelijke aanslagen in de periode 2002-2012. Na het uitzitten van haar gevangenisstraf in Colombia, wordt ze persona non grata en zal ze door Colombia vrijwel zeker aan Amerika uitgeleverd worden omdat de Amerikaanse politieke en economische druk op Colombia nog altijd groot is.

Scenario 4

Het is niet onmogelijk dat het permanente visum van Tanja Nijmeijer door de Colombiaanse regering wordt ingetrokken op enig moment in de toekomst. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als zij de wet overtreedt met een ernstig feit of naar het oordeel van de regering zich misdraagt of gewoon lastig wordt. Ook niet uitgesloten is dat zij wordt beschuldigd door de procureur generaal van iets dat zij niet gedaan heeft en in voorarrest komt voor enige tijd. Als de PG het bewijs dan niet rond krijgt en besluit niet te vervolgen, kan hij als 'straf'-maatregel toch haar permanente visum intrekken. De laatste optie is een truc die Colombiaanse PG's eerder hebben toegepast, bijv. met Jesús Santrich door hem in 2018 valselijk te beschuldigen van cocaïne-handel na ondertekening van het vredesverdrag met het doel hem onder druk van de DEA uit te leveren naar de V.S.. Zonder permanent visum zal Tanja Nijmeijer het land moeten verlaten. Als haar proces bij het JEP tribunaal op dat moment nog niet tot een uitspraak voor haar heeft geleid, is er een juridisch probleem. Als zij in dat geval besluit naar Nederland te komen, kan dit betekenen dat een Nederlandse rechtbank dit feit interpreteert als het zich bewust onttrekken aan het JEP tribunaal en kan dan besluiten haar uit te leveren aan de Verenigde Staten. Elk ander land met een uitleveringsverdrag met de V.S. dat zij verkiest om naar toe te gaan, kan in principe dezelfde conclusie trekken. Cuba zou echter een vluchthaven voor haar kunnen worden.

Conclusie
Daadwerkelijke uitlevering van Tanja Nijmeijer vanuit Nederland aan de V.S. lijkt dus in scenario 1 en 2 heel onwaarschijnlijk. Scenario 2 zal vermoedelijk wel een langere tijd in beslag nemen voordat de rechtbank daarover uitspraak doet. Mocht de Nederlandse rechtbank toch een uitspraak doen die het uitleveringsverzoek toelaatbaar acht, dan kan Tanja Nijmeijer en/of de officier van justitie nog een cassatie-beroep aantekenen bij de Hoge Raad. De Hoge Raad kan de uitspraak van de rechtbank corrigeren. Als de Hoge Raad de uitlevering ontoelaatbaar verklaart, moet de Minister de uitlevering afwijzen. Acht de Hoge Raad het verzoek toelaatbaar, dan kan zij de minister een advies geven. Als ook de minister vindt dat de uitlevering door kan gaan, is de laatste mogelijkheid die nog rest voor Tanja Nijmeijer het aanspannen van een voorlopige voorziening (Kort Geding) tegen de Staat der Nederlanden.

Wij hebben m.b.v. juristen e.e.a. onderzocht rondom een Amerikaanse uitleveringsverzoek van Tanja Nijmeijer. We verbazen ons erover dat geen enkele Nederlandse onderzoeks-journalist hier in de laatste 10 jaar ooit ingedoken is. Zelfs de kwaliteits-kranten komen niet verder dan alleen het vermelden van het bestaan van een Interpol red notice listing met mogelijk een uitleveringsverzoek tot gevolg als ze op Nederlandse bodem verschijnt. Omdat het publieke oordeel nogal primitief was bij de leden van onze Kwesties-debat groep en iedereen unaniem vóór uitleveren was, lijkt afwezigheid van informatie hier grotendeels de oorzaak van. Je kunt dus door het niet geven van informatie blijkbaar heel duidelijk de publieke opinie beïnvloeden.

Lees meer over:

De 'Terroriste' Tanja Nijmeijer

De Gevonden Dagboeken van Tanja Nijmeijer

Fake News over Tanja Nijmeijer

Heeft Tanja Nijmeijer een Kind Vermoord?

Dodelijke Bomaanslag Sportkleding Magazijn door Tanja Nijmeijer

Tanja Nijmeijer Zegt Lidmaatschap van de Politieke FARC Partij Op

Tanja Nijmeijer en een Rechtzaak in Nederland voor Misdaden met Terroristisch Oogmerk


Published 03-feb-2020Updated 14-may-2020