Tanja Nijmeijer - Facts

Tanja Nijmeijer's Tijd in de FARC


Op deze plaats willen wij wat achtergrond informatie geven over de FARC, het vredesproces in Cuba en de activiteiten van Tanja Nijmeijer in de FARC gedurende haar lidmaatschap (2002-2020).

De recrutering van Tanja Nijmeijer in de FARC

'Ronselen' is het tegen de eigen vrije wil rekruteren van personen. Daarbij kan enige vorm van brainwashing gebruikt worden. Was Nijmeijer geronseld in de FARC of sloot ze zich vrijwillig aan? Was ze 'gehersenspoeld'? Dat zijn vragen die de media zich veelvuldig stelden toen citaten uit haar dagboeken in het openbaar verschenen, maar die wij vooralsnog niet kunnen beantwoorden. Misschien ligt de waarheid wel in het midden. Wat wij hier alleen kunnen doen is een overzicht geven van de argumenten die vóór ronseling pleiten en argumenten die pleiten voor het tegendeel. Daarbij maken wij gebruik van openbare bronnen inclusief haar eigen boek, het boek van Zumpolle, het boek van Botero en de documentaire "Dichterbij Tanja" van Leo de Boer.

  • Had Nijmeijer een sociaal/politiek bewustzijn als student en was ze een activist?
    Ja, maar pas nádat ze een jaar stage had gedaan als docent Engels aan het Pino Verde Lyceum in Pereira/Colombia. In haar boek beschrijft ze dat ze in haar studententijd na haar stage in Pereira gevraagd werd door iemand van de Internationale Socialisten om te tolken/vertalen tijdens een Colombia-informatieavond in het kraakpand "Het Drift" in Groningen. Ze werd kort daarna lid van de Internationale Socialisten en deed mee aan acties tegen Plan Colombia. Ze is tijdens een demonstratie in Den Haag gearresteerd geweest en heeft 24 uur vast gezeten.
    In de tijd dat ze als docent Engels stage liep aan een middelbare school in Pereira werd ze zich bewust van het bestaande klasse-verschil toen ze veel zwervers op zoek naar eten in vuilnisbakken opmerkte en kinderen met vuile gezichtjes en vieze kleren op straat zag lopen. Bezoekjes samen met collega Antonia aan de sloppenwijken van Pereira maakte ook indruk op haar. Maar wat Nijmeijer niet in haar boek schrijft is dat het ontstaan van de sloppenwijken in de Colombiaanse steden vooral het gevolg is geweest van het binnenlands conflict en m.n. dus óók door (indirect) toedoen van de FARC. Grote aantallen mensen (Internally Displaced Persons, totaal meer dan 5 a 6 miljoen) moesten al hun bezittingen achterlaten en hun boerderijtje gedwongen verlaten vanwege gevechtshandelingen van het leger of paramilitairen met de FARC. Uiteindelijk gebruikten alle gewapende partijen de 'preventieve evacuatie-tactiek' om gebieden onder controle te krijgen en te ontdoen van kleine boeren en de burgerbevolking. Campesino's die coca verbouwden in door de FARC gecontroleerd gebied en die het waagden om de cocapasta voor een betere prijs te verkopen aan paramilitairen, moesten het gebied verlaten en kwamen vaak ook terecht in sloppenwijken. Het kapitaal verkregen uit de cocateelt/cocaïnehandel en illegale mijnbouw van álle gewapende groepen vergrootte uiteindelijk het illegaal verkregen grootgrondbezit, de geïndustrialiseerde landbouw en veeteelt, de agribusiness en de industriële mijnbouw. Het zeer langdurige binnenlands conflict deed uiteindelijk de inequality in Colombia enorm groeien. Ten tijde van het conflict heeft Colombia alleen maar rechts neo-liberale regeringen gehad, die in dienst stonden van de toenemende zich verrijkende elite. De instandhouding van het conflict bleek gewoon een voorwaarde voor de achtereenvolgende neo-liberale regeringen om de grote inequality in stand te houden en zelfs te doen laten groeien. Iets wat de FARC (en Nijmeijer) maar niet kon en/of wilde begrijpen.

  • Wat wist Nijmeijer van Colombia toen ze daar de eerste keer kwam?
    Volgens haar eigen boek wist ze heel erg weinig van Colombia toen ze in december 1999 de bewuste vacature voor docent Engels in een universiteitskrant tegenkwam en er op solliciteerde. Ze had geen TV en las geen kranten. Ze wist niet precies waar Colombia lag in Zuid-Amerika en moest van de RUG stage-begeleidster horen dat er een burgeroorlog in het land aan de gang was. Dat er een negatief reisadvies voor Colombia was afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken wist ze op dat moment ook niet. Haar ouders waren er op tegen en hebben tevergeefs geprobeerd haar op andere gedachten te brengen c.q. tegen te houden.

  • Wat is hersenspoelen?
    Er wordt wel beweerd dat de FARC nieuwe rekruten ronselde d.m.v. brainwash-technieken. Hersenspoelen, brainwashing of mind-control zijn allemaal termen voor dezelfde psychologische technieken als ze negatief gebruikt worden. Wij zijn als mensen heel sociale dieren en daarom allemaal ontzettend ontvankelijk voor suggesties, denkbeelden en stemmingen van anderen en daardoor veel méér beïnvloedbaar dan we zelf denken, zouden willen, of willen toegeven. We kunnen ons daar heel moeilijk voor afsluiten en dat weten bijvoorbeeld niet alleen de reclame- en marketing-mensen heel goed, maar ook een hard groeiend aantal populistische politici. Complot-theorie-verspreiders mogen niet ontbreken in dit rijtje. De opkomst van de massamedia (kranten, radio, TV), internet, sociale media en algoritmes hebben de mogelijkheden tot massale beïnvloeding van onze geest en de effectiviteit ervan enorm aangezwengeld. Beïnvloeding van de menselijke geest bestaat in vele gradataties: van het leren van de (gekleurde) nationale geschiedenis op de basisschool, via het verleiden van een consument tot een impuls-aankoop, tot aan een brave communist zo beïnvloeden dat hij er van overtuigd is dat hij een gevaar is voor 'de revolutie' en zelf om de kogel vraagt (wat onder het sovjet-stalinisme vaak gebeurde). Er hebben ook vele oude civilisaties bestaan, waarbij mensenoffers gebruikelijk waren en priesters en de gelovigen het slachtoffer lieten geloven zichzelf als "uitverkoren" te beschouwen. Zelfs de Friezen en Saksen in Nederland brachten tot het jaar 800 nog mensenoffers aan hun goden. Brainwashing is een term die veelal gebruikt wordt als het om geestelijke beïnvloeding gaat die de persoon in kwestie of zijn omgeving ernstige schade toebrengt, én als het als politiek/religieus instrument wordt gebruikt. Als het proces van brainwashing "goed" is uitgevoerd, blijft de persoon in kwestie vaak zijn leven lang de nieuwe geïnternaliseerde normen en waarden c.q. ideologie/religie als de zijne beschouwen. Weer afscheid nemen van die nieuwe normen en waarden is een moeilijk proces als je dat in je eentje moet doen, je neemt dan afscheid van heel je identiteit en vaak ook van al je vrienden. Het is heel moeilijk om dat gat weer op te vullen. Na de tweede wereldoorlog zijn er ontzettend veel nazi's trouw gebleven aan het nazisme, hoewel dat vaak niet openlijk gebeurde. Hetzelfde geldt voor de volgers van Mussolini, Hirohitho, Stalin, enz.. De re-integratie van gedemobiliseerde ex-strijders in de Colombiaanse maatschappij maakt deel uit van de vredesakkoorden en omvat ook het recht op psychische en psychologische zorg. Veel ex-strijders hebben niet alleen onverwerkte oorlogstrauma's opgelopen, maar kunnen ook psychotherapie gebruiken om zichzelf weer in de Colombiaanse maatschappij thuis te gaan voelen. Psychotherapie is net als hersenspoelen een beïnvloedingsproces, maar je kunt het geen hersenspoelen noemen, omdat het de persoon in kwestie geen schade toe brengt, maar juist schade probeert weg te nemen. Bovendien gebeurt het niet onder dwang of met hulp van manipulatieve technieken.
    Voor het implanteren van nieuwe normen en waarden d.m.v. brainwahing in een persoon, moeten de oude eerst afgebroken worden. Voor de meeste adolescenten en jong volwassenen hebben normen en waarden zich nog niet erg vast gezet in hun brein. Ze zijn politiek nog vrij naïef (stemmen bijvoorbeeld vaak nog niet en zijn politiek niet geïnteresseerd) maar nemen toch graag nieuwe kennis op. Dat is dus een ideale voedingsbodem voor brainwashers omdat niet eerst de oude normen en waarden afgebroken hoeven te worden. Het afbreken is vaak een proces dat begint met volledige isolatie van de oude omgeving. Contact met familie en vrienden wordt onmogelijk gemaakt. Het geven van een nieuwe naam en het verplicht dragen van een uniform kan daarbij helpen. Vervolgens wordt de persoon in kwestie aangevallen op zijn identiteit, er wordt hem/haar aangepraat dat hij/zij niet deugt, daar zelf schuldig aan is en er wordt met klem gevraagd dat toe te geven. Daarna wordt de nieuwe identiteit met nieuwe normen en waarden stap voor stap via indringende gesprekken opgebouwd.
    De term brainwashing stamt uit de Korea-oorloog van de 20e eeuw waarin Amerikaanse krijgsgevangenen in China massaal werden onderworpen aan manipulerende methodieken, waardoor ze het échte gevoel en de overtuiging kregen dat 'Living the American Dream' verwerpelijk was en leven volgens het communisme veel beter. Brainwashing-technieken werden in het verleden onder het Russische en Chinese communisme intensief gebruikt, maar ook door o.m. het fascisme, nazisme en in zekere mate tegenwoordig ook door landen die politiek gepolariseerd zijn. Dictaturen zonder vrije pers en natuurlijk religies, mogen we eveneens niet vergeten. Ook allerlei sektes zijn goed bekend met brainwash-technieken. Terwijl brainwashing de meer softe vorm is, waarin het slachtoffer er innerlijk écht van overtuigd raakt dat de nieuwe bijgebrachte normen en waarden veel beter zijn dan de oude, is indoctrinatie meer de psychologisch harde en pijnlijke manier om mensen tot andere normen, waarden en gedrag te brengen. Indoctrinatie is meer gebaseerd op veel herhaling, beloning en straf. Brainwashing is meer gebaseerd op valse argumentatie, drogredeneringen, groepsdwang, manipulatie en valselijk vertrouwen wekken.

  • Hoe werden studenten door de FARC 'geronseld' op Colombiaanse universiteiten?
    Ronselen is een persoon contracteren voor arbeid/lid maken van een beweging/rekruteren in een verzetsbeweging of leger, tegen zijn/haar wil in en vaak zonder mogelijkheid er weer uit te stappen. Rekrutering d.m.v. ronselen is op zich niet strafbaar in de meeste landen, zolang het niet om minderjarigen gaat en de persoon wilsbekwaam is en het arbeidscontract voldoet aan alle wettelijke normen. Rekruteren voor de FARC werd In Colombia gezien als een daad van rebellie en was daar dus wel strafbaar. Als er sprake was van "goed" uitgevoerde brainwashing dan kan er eigenlijk dus geen sprake geweest zijn van ronselen. De persoon in kwestie vindt dan namelijk altijd dat hij/zij zich aansloot uit eigen vrije wil. Maar bij die 'eigen vrije wil' kun je dus wel vragen stellen.
    In een interview met een FARC-ronselaar die ronselde voor het Frente Jacobo Arenas bij een universiteit in Antioquia is te lezen dat een ronselaar eerst zorgvuldig zijn targets uitzocht. Studenten die veel spraken en vragen stelden over ongelijkheid en sociale integratie en/of politiek links geörienteerd waren, waren een doelwit. Studenten die boeken lazen over Lenin, Mao of Ché Guevara voldeden ook aan het selectie-kriterium. Ook studenten in menswetenschappen zoals sociologie werden benaderd. Fase twee was hen te overtuigen van de "rechtvaardige gewapende guerrillastrijd" in Colombia als zijnde de enigste overgebleven mogelijkheid om sociale rechtvaardigheid te bereiken - wat natuurlijk niet zo is. Ten tijde van Nijmeijer's stage waren de ronselpraktijken vooral gericht om meer mensen in de jungle te krijgen. Fase 3 was de studenten daadwerkelijk te rekruteren en op een cursus te sturen. Dat het ronselen door de FARC ook zeer gerafineerd kon zijn blijkt uit het verhaal van 'de Karavaan voor de Vrede' in augustus 2001 (Caravana Internacional por la Vida en el Sur de Bolívar ). De Karavaan bestond uit ca. 60 deelnemers uit 10 landen en was een internationaal initiatief van humanitaire en politiek linkse organisaties om solidariteit te betonen met boerengemeenschappen rond San Pablo dat lag in een door paramilitairen streng gecontroleerd gebied in het zuiden van Bolívar, waar een humanitaire crisis zich aan het voltrekken was. Paramilitairen verhinderde dat medicijnen en voedsel de gemeenschappen konden bereiken en pleegden terroristische daden. De internationale deelnemers brachten gereedschappen en voedsel mee en zouden hun ervaringen rapporteren voor de buitenwereld. Nijmeijer maakte ook deel uit van de groep en beschrijft dit in haar boek. In de documentaire van Leo de Boer is hier een interview te zien met 'Felipe', een gedeserteerde Farc-guerrillero die belast was met de rekrutering van buitenlanders voor de FARC en als een van de organisatoren betrokken was bij de Karavaan. Maar Felipe vertelt hier in de documentaire dat de armoedige omstandigheden in San Pablo die getoond werden gedeeltelijk in scene waren gezet om het grote sociale onrecht vooral goed te laten doordringen bij de deelnemers. Sommige Deense deelnemers huilden aan een stuk door. Anderen vroegen wat ze konden doen en wilden de wapens oppakken en zich direct aansluiten bij de FARC. Felipe hoefde ze dat geeneens te vragen. Felipe bevestigde dat een aantal deelnemers van de Karavaan zich hebben aangesloten bij de FARC. Nijmeijer zou zich pas ruim een jaar later officieel aansluiten bij de FARC.
    Nijmeijer hield voor familie en vrienden verborgen dat ze zich wilde aansluiten bij de FARC, hoewel sommige familieleden wel een vermoeden hadden. Dat zwijgen was Nijmeijer waarschijnlijk opgedragen omdat de organisatie verboden was in Colombia. Maar dat zwijgen betekende ook dat zij over haar voorgenomen lidmaatschap niet met vertrouwde andersdenkenden kon praten, die haar de consequenties van haar eventuele keuze konden laten inzien. Nijmeijer werd immers niet 'gewoon' lid van de FARC, maar lid van de FARC-stadsmilitie, de organisatie binnen de FARC die terroristische aanslagen op onschuldige burgers pleegde in de grote steden. Die opgedragen geheimhouding speelt het recruterings-/ronselaars- proces enorm in de kaart, want het houdt de potentieel nieuwe recruut in de 'FARC-bubble' en dat zorgt ervoor dat die kandidaat-recruut de denkbeelden van de FARC veelal kritiekloos over gaat nemen. Want ook al geloof je in een socialistisch ideaal, hoe kun je er van overtuigd zijn dat jouw bijdrage aan terroristische aanslagen op onschuldige burgers het socialistische doel dichterbij brengen? Dat kan alleen als je onzin aangepraat wordt. Ieder weldenkend mens zou concluderen dat het socialistisch doel op die manier juist niet dichterbij komt. En dat is ook gebleken in Colombia.

  • Was er in het geval van Nijmeijer sprake van ronselen of mogelijk hersenspoelen in Pereira ?
    Aan de middelbare school Lyceo Pino Verde in Pereira waar Nijmeijer stage liep, was een docent wiskunde verbonden, die Nijmeijer in haar boek 'Antonia' noemt. Haar echte naam is Diana Patricia Ortiz Camargo. Dat blijkt uit de documentaire van Leo de Boer. Zij beantwoordde gretig alle politieke vragen van Nijmeijer en werd uiteindelijk haar stagebegeleidster voor het stage-project van Nijmeijer. Zij bleek lid van de FARC stadsmilitie in Pereira. Leerlingen van die middelbare school waren voor Ortiz geen rekruterings-doelwit, ze waren te jong en kwamen uit de verkeerde sociale klasse. Ortiz hield zich - naar onze indruk - veel meer bezig met propaganda- en sociale activiteiten in de sloppenwijken van Pereira. Nijmeijer kwam via het Pino Verde Lyceum toevallig op haar pad en is verder met haar opgetrokken. 'Professionele' studenten-ronselaars van de FARC konden wel 80 of meer studenten ronselen in een jaar. Ortiz heeft (na lang masseren) vermoedelijk maar één student in het jaar 2000 de weg naar de FARC militie in Bogotá kunnen wijzen: Nijmeijer. De methode die Ortiz gebruikte - als ze al een methode gebruikte en als ze al 'ronselde' - was zeker niet de standaard FARC ronsel-methode.
    Op 2 Oktober 2008 werd Ortiz' naam aangetroffen op een USB-stick die gevonden werd door de Colombiaanse DIJIN (Onderzoeks eenheid van de Politie) in het kamp van het frente Policarpa Salavarrieta in Meta. Die stick bevatte C.V.-gegevens van 55 FARC militieleden die actief waren in onderwijs-instellingen. Ortiz stond op die lijst. Op 24 Februari 2009 is zij bij verstek veroordeeld tot preventieve hechtenis (voorarrest). Dat betekent dus dat er een arrestatiebevel is uitgegaan. Zij zal tijdelijk onder hebben moeten duiken. Het OM heeft 11 Mei 2009 de tenlastelegging 'rebellie' vastgesteld en bekendgemaakt. Op 22 februari 2013 is zij door de rechtbank bij verstek veroordeeld tot 6 jaar en 5 maanden gevangenisstraf en een boete van 125 x het minimum maandloon. De advocaat van Ortiz heeft hoger beroep aangetekend, maar dat werd op 23 mei 2013 afgekeurd wegens te late indiening. Ortiz' advocaat heeft een verzoek tot heroverweging inzake deze afkeuring ingediend, maar de oude negatieve beslissing inzake het beroep is op 19 juli 2013 opnieuw bevestigd. Ook de veroordeling door de rechtbank is door het hooggerechtshof bevestigd op 4 december 2013. Ortiz' advocaat heeft daarop in cassatie buitengewoon beroep ingesteld (bij de hoge raad). Het vonnis van de rechtbank was gebaseerd op die enkele gevonden usb-stick en de verklaring van één getuige. Aangevoerd door Ortiz' verdediging werd dat de USB-stick onrechtsgeldig bewijs was (een "breuk in de chain of custody", een procedure-fout in de veiligstelling en bewaring van bewijsmateriaal) en de getuige-verklaring verkregen is middels een oneerlijk proces. Gevraagd werd om vrijspraak. De Hoge Raad heeft in een lang arrest van 4 december 2013 (archived) de usb-stick en de getuige-verklaring rechtsgeldig verklaard en de eerdere veroordeling door de rechtbank dus niet vernietigd. Ortiz is dus veroordeeld geweest voor rebellie. Ortiz heeft ook academisch onderzoek gedaan naar ballingschap inzake het binnenlands conflict. Dat schept het vermoeden dat ze zelf vanwege haar veroordeling als balling het land ontvlucht is geweest. Haar academische C.V. laat inderdaad zien dat ze na het arrest van de Hoge Raad naar Ecuador is vertrokken en daarna naar Argentinië, om weer terug te keren nadat het vredesakkoord gesloten was. De als gevolg van het in oktober 2016 gesloten vredesakkoord aangenomen amnestie-wet, opende de mogelijkheid voor alle voor rebellie veroordeelde FARC-leden amnestie aan te vragen. Ortiz zal dat gedaan hebben.
    In 2007 - dus nog vóór het arrestatiebevel - heeft Ortiz een master behaald in de wiskunde aan de Universidad Technológica de Pereira - Facultad de Ciencias Básicas met een sociaal onderzoek naar IDP's in Pereira, gebruikmakend van toegepaste statistische methodes. Ortiz wordt ook genoemd in het colofon van het officiële rapport van de Waarheidscommissie over ballingen (exilios) a.g.v. het binnenlandse conflict. Sinds april 2021 is ze werkzaam als deskundige bij Unidad de Búsqueda de Personas dadas por Desaparecidas, een Colombiaanse overheidsinstantie die zich bezig houdt met het opsporen van tijdens het conflict verdwenen personen.

  • Wat denkt Nijmeijer's familie?
    Haar moeder
    is in de documentaire van Leo de Boer er heilig van overtuigd dat Ortiz haar dochter 'geronseld' heeft voor de FARC. In gesprekken en emails met haar dochter kwam de naam Diana heel vaak voor. Zij trok de conclusie dat Diana heel veel invloed had op haar dochter: "Ze was als een moeder voor Tanja". Maar Ortiz was ook de stage-begeleidster van Nijmeijer en nauw betrokken bij haar stage-project, dat een sociaal facet had. Dus het was ook wel enigszins logisch dat er veel persoonlijk contact was tussen Nijmeijer en Ortiz.

  • Wat denkt Nijmeijer zelf?
    Uit haar boek blijkt dat ze zelf denkt dat ze niet gehersenspoeld/geronseld is door Ortiz. Het argument dat ze gebruikt is dat ze tijdens het eerste jaar dat ze in Colombia was, ze toen geen plannen had om terug te keren naar Colombia en dat Ortiz dat wist, m.a.w. 'hersenspoelen' zou dus onzinnig zijn. Maar zodra Nijmeijer haar studie afgerond had (de officiële uitreiking van haar bul wachtte ze niet af), keerde ze wél terug naar Colombia. Ze schrijft dat ze vooral veel vroeg aan Ortiz en dat Ortiz daar antwoord op gaf. Nijmeijer schrijft in haar boek: "Als ik al in een valstrik was gelopen, dan was dat toch vooral die van mijn eigen nieuwsgierigheid". Daar zit een kern van waarheid in, omdat het proces vanaf het begin van daadwerkelijk kennis nemen van het FARC-gedachtegoed tot het echt lid worden van die organisatie, bij Nijmeijer bijna 3 jaar heeft geduurd. Dat is een uitzonderlijk lange periode voor een brainwash/ronsel-proces. Een brainwash-proces duurt gewoonlijk 3-6 maanden.


De FARC organisatiestructuur

De FARC, officiële naam FARC-EP Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia - Ejército del Pueblo (Volksleger van de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), was een rebellen-organisatie (zelf zagen zij zich als 'politiek-militaire organisatie') geschoeid op een Marxistische-Leninistische leest en officieel opgericht in 1964 door Manuel Marulanda Vélez (echte naam (Pedro Antonio Marín Marín). Marulanda is vanaf 1964 tot zijn dood ook de leider ('comandante en jefe') van de FARC geweest. Hij is in 2008 op 77-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval in zijn kamp in de jungle. Marulanda werd als comandante en jefe opgevolgd door Alfonso Cano (echte naam Guillermo León Sáenz Vargas). Cano stierf op 63-jarige leeftijd in de jungle op 4 november 2011 tijdens een grote klopjacht van het Colombiaanse leger in opdracht van president Santos. Saillant detail was dat er al geheime contacten voor vredesonderhandelingen aan de gang waren tussen Cano en afgezanten van de Santos-regering. Die verkenningen gingen vooral over de agenda, de voorwaarden en het proces van de eigenlijke onderhandelingen. Cano is door Santos dus min of meer uit de weg geruimd. De FARC zag dat als een messteek in de rug. Officieel is er nooit een verklaring van Santos gekomen waarom Cano uit de weg geruimd is, maar officieus wordt aangenomen dat de echte reden is geweest dat Cano te rechtlijnig in de communistische leer was en dat Santos de inschatting gemaakt heeft dat er met Cano geen vredesakkoord tot stand zou kunnen komen tijdens zijn presidentschap. Cano werd opgevolgd door Timochenko (echte naam Rodrigo Londoño Echeverri), een wat meer gematigde figuur. President Santos kondigde pas op 27 augustus 2012 aan dat er verkennende gesprekken gaande waren met de FARC over vredesonderhandelingen. Eerder dat jaar had de FARC al wat concessies gedaan door alle politieke gevangenen vrij te laten en te stoppen met ontvoeringen. Onder Timochenko zou het vredesproces een jaar later na de dood van Cano op 15 November 2012 in Havana, Cuba aanvangen. Hoofd-onderhandelaar van de FARC was Iván Márquez (echte naam Luciano Marín Arango) , hoofd-onderhandelaar van de Colombiaanse regering was Humberto de la Calle. De FARC heeft zich na het vredesakkoord opgeheven en is overgegaan in een politieke partij die eerst ook nog FARC heette maar met een andere betekenis van het acronym nl. 'Fuerza Alternativa Revolucionaria del Común' (Alternatieve Revolutionaire Strijdkrachten van de Gemeenschap), in januari 2021 hebben zij hun naam veranderd in partido Comunes.

De FARC-EP-organisatie ontbeert de gebruikelijke naamgeving voor militaire leidinggevenden zoals sergeant, kapitein, kolonel, majoor, generaal, enz. Elke leidinggevende heeft de titel 'comandante'. De commando-/organisatie-structuur van de FARC was als volgt (top/down):

  • Comandante en Jefe (Commander in Chief), de leider van de organisatie

  • Secretariado (het Secretariaat ) , bestaande uit 7 mannelijke commandanten

  • Estado Mayor Central (Centrale Opperbevel), bestaande uit ongeveer 30 topcommandanten, waaronder de zeven leden van het secretariaat.

  • Bloque Comandante (Blok Commandant). De FARC was onderverdeeld in 7 territoriale eenheden, bloques genoemd. Elk bloque was weer onderverdeeld in een variabel aantal fronten, soms ook mobiele compagniëen en/of mobiele kolommen:

    • Bloque Caribe, 5 fronten, 5 mobiele compagniëen, totaal ca 500 manschappen in 2009

    • Bloque Magdalena Medio, 7 fronten, 5 mobiele compagniëen, totaal ca 570 manschappen in 2009

    • Bloque Noroccidental, 10 fronten, 1 stedelijk front en 3 mobiele compagniëen, totaal ca 1005 manschappen in 2009

    • Bloque Occidental, 5 fronten, 5 mobiele kolommen, 5 mobiele compagniëen, totaal ca 949 manschappen in 2009

    • Bloque Sur, 13 fronten, 3 mobiele kolommen, totaal ca 1800 manschappen in 2009

    • Bloque Central, 3 fronten, 3 mobiele kolommen, 3 mobiele compagniëen, totaal ca 446 manschappen in 2009

    • Bloque Oriental. 24 fronten, 5 mobiele kolommen, 7 mobiele compagniën, totaal ca 3606 manschappen in 2009

  • Frente Comandante (Front Commandant). Een frente had een nummer en vaak ook nog een naam die vaak verwees naar een overleden commandant. De grootte kon erg variëren van 70 tot wel 400 manschappen. De voornaamste taak van een front was om een stuk van de buitengrens van een FARC-territorium te verdedigen of uit te breiden.

  • Columna Comandante (Kolom Commandant). Een columna was een Special-Forces-eenheid, die voor speciale missies werd ingezet. Een bloque had er soms een paar. Veruit de meeste kolommen waren mobiel en bestonden uit een variabel aantal manschappen, gemiddeld honderd strijders, maar soms wel 250.

  • Compañia Comandante (Compagnie Commandant) Een compañia was ook mobiel en vergelijkbaar met een columna, maar de helft of meer kleiner.

  • Helemaal onderaan had je nog de guerrilla (24 manschappen) en het escuadra (12 manschappen)

Nijmeijer heeft in de jungle altijd de rang van guerrillera (soldaat) gehouden.

In welke FARC eenheden heeft Nijmeijer gezeten? (volgens haar boek)

  • RUAN - Bogotá, Red Urbana Antonio Nariño o.l.v. Comandante Carlos Antonio Lozada. RUAN was een eenheid van stadsmilitie's o.a. actief in Bogotá, Cali en Medellín die vnl. terroristische acties (aanslagen, moorden, afpersing) uitvoerde, maar ook recrutering en propaganda als taak had. RUAN viel onder het Oostelijk bloque van Mono Jojoy en is in 2003 vanuit de steden gevlucht naar de jungle toen de autoriteiten de jacht op leden van de stadsmilities intensiveerden als gevolg van de aanslag op club el Nogal in Bogotá. Die aanslag werd niet gepleegd door RUAN maar door Columna Móvil Teófilo Forero (36 doden, 200 gewonden). RUAN werd weer een 'gewoon' jungle frente. - Meer Info

  • EMBO (Estado Mayor Bloque Oriental) Stafeenheid van het Oostelijk bloque o.l.v. bloque comandante Mono Jojoy

  • Trainingskamp van het Oostelijk bloque voor een basistraining

  • Frente Antonio Nariño o.l.v. comandante Carlos Antonio Lozada, onderdeel van het Oostelijk bloque

  • Internationale Commissie (8 personen), Caraïbisch bloque o.l.v. comandante Iván Márquez - Meer Info

Welke activiteiten voerde Nijmeijer uit in de FARC buiten de normale kamp-activiteiten? (volgens haar boek)

  • In RUAN pleegde ze aanslagen met (brand-)bommen, voerde ze monitor- en verkenningstaken bij aanslagen uit en propaganda-werkzaamheden.

  • Onder Mono Jojoy gaf ze cursussen Engels en Marxistische filosofie, en ze voerde tolk en vertaal-werkzaamheden uit. Verder persoonlijke assistent van Mono Jojoy.

  • Vanuit het Frente Antonio Nariño heeft ze een cursus internet-communicatie gegeven en eenmalig deelgenomen aan gevechtsacties met een hinderlaag voor het Col. leger. Ook heeft ze verkenningsmissies uitgevoerd.

  • Vanuit de Internationale Commissie nam ze deel aan de vredesbesprekingen in Havana, had PR taken (communicatie-commissie), en was lid van de gender-commissie, en de minderjarigen-commissie.


Wat heeft Nijmeijer gedaan tijdens de vredesonderhandelingen in Cuba?

De vredesonderhandelingen in Havana, Cuba hebben 4 jaar geduurd, van November 2012 tot eind September 2016. De FARC-delegatie mocht maar uit 30 personen bestaan. De echte onderhandelaars (totaal 10) waren leden van het secretariaat en een aantal bloque en frente comandantes. Comandante en Jefe Timochenko kwam pas na 3 jaar naar Havana om zelf deel te nemen aan de onderhandelingen. De vaste onderhandelaars voerden de discussies met de afgevaardigden van de regering over de verschillende agendapunten en probeerden tot een gezamenlijk standpunt c.q. deelakkoord te komen. De 20 FARC-delegatieleden die geen onderhandelaars waren, werden regelmatig gewisseld met nieuwe mensen uit de jungle. Dat bevorderde niet de effectiviteit en kwaliteit van de werkzaamheden, maar blijkbaar vond men het belangrijker om sommige comandantes (met enkele van hun mensen) de eer te geven om deelgenomen te hebben aan de vredesbesprekingen in Havana.

In het boek van Tanja Nijmeijer valt te lezen dat zij zelf geen 'onderhandelaar' was zoals hierboven beschreven, maar wel aan de onderhandelingstafel zat bij het eerste agendapunt 'Política de desarrollo agrario integral' (Geïntegreerd ontwikkelingsbeleid voor de landbouw). Het agrarisch deelakkoord heeft vier hoekstenen:1. toegang tot land en landgebruik, 2. het opzetten van speciale ontwikkelingsprogramma's, 3. armoedebestrijding en uitroeiing van extreme armoede, en 4. voedselzekerheid. De belangrijkste maatregel die is vastgelegd is het beschikbaar stellen van land voor kleine boeren. En een hele hoop maatregelen die kleine boeren in staat stellen een levensvatbaar bestaan op te bouwen. Nijmeijer notuleerde tijdens de onderhandelingen de verschillende argumenten die beide partijen tijdens de discussies naar voren brachten en werkte aan de concept-teksten van het deelakkoord. Aan de onderhandelingen over de andere agendapunten heeft zij verder niet deelgenomen of aan tafel gezeten.

Wat Nijmeijer het meest in beslag nam in Havana, waren echter de PR-werkzaamheden die ze had. Ze onderhield een Engelstalige website die nog te vinden is in het Wayback Archive https://web.archive.org/web/20161121220642/http://farc-epeace.org/ (bezoek vooral niet de oude URL want dan krijg je te maken met trojans en ransomware!!!). Ze maakte promotionele videos en onderhield Youtube-kanalen. Ze presenteerde ook samen met haar huidige vriend Boris een nieuws-bulletin op Youtube. Mede vanwege haar internationale bekendheid, talenkennis en de charme die ze kon aanwenden, werd ze als internationaal woordvoerster ingezet voor interviews. Maar ze werd zonder media-training in het diepe gegooid. Dat was in het begin nogal moeilijk voor haar omdat ze vaak geconfronteerd werd met vragen over de misdaden tegen de menselijkheid (CAH's) die de FARC gepleegd had en waar ze de officiële dogmatische standpunten van de FARC moest verkondigen, die ze toen ook zelf geïnternaliseerd had. Later is ze daar wat 'genuanceerder' over gaan denken schreef ze in haar boek, maar in haar boek is niet te lezen dat ze van alle CAH's van de FARC afstand heeft genomen of die ten diepste afkeurde. Tijdens interviews werd ze ook nog wel eens geconfronteerd met vragen over haar eigen 'radicaliseringsproces'. Dat was een vraag die ze ook niet overtuigend kon uitleggen of wist te omzeilen. Later werd ze iets handiger in het beantwoorden van moeilijke vragen. Het eerste interview bijvoorbeeld dat ze in Cuba gaf met Robert-Jan Friele voor de Volkskrant, schilderde haar af als rechtlijnig in de communistische leer met weinig affiniteit voor de wereld buiten de FARC. Nijmeijer werd door Friele vaak in de verdediging gebracht en kon zich daar niet goed uit redden. Mogelijk had ze toen ook niet de vrijheid om van de officiële FARC-standpunten af te wijken. Voor Friele was het scoren voor open doel en hij won met het interview een 'De Tegel'-prijs. In interviews die ze gaf aan linkse of communistische media, was ze veel meer ontspannen omdat er geen moeilijke vragen werden gesteld. De PR die de FARC-delegatie bedreef was vooral gericht op de eigen communistische achterban. Men ventileerde in interviews en de PR vooral het eigen FARC gedachtegoed. De wil, kennis of kunde om de eigen boodschap van sociale gerechtigheid te 'framen' in de gedachtenwereld van de gemiddelde Colombiaan of die boodschap te upgraden naar de moderne tijd, was afwezig. Dat wreekte zich uiteindelijk met de afwijzing in het referendum over het vredesakkoord door de bevolking. Ook bij de eerstvolgende parlementaire verkiezingen haalde de politieke FARC-partij niet eens de kiesdrempel. Tot overmaat van ramp werd het vredesakkoord door de nieuwe regering onder president Duque (2018-2022) in hoge mate gesaboteerd.

In augustus 2015 werd Nijmeijer binnen de FARC delegatie lid van de gender-commissie. De taak van de gender-commissie was het doorspitten van de op dat moment al gereed gekomen deelakkoorden op gender-inclusie. Dat was een gezamenlijke inspanning met de gender-commissie van de regeringsdelegatie. Het was een initiatief van Colombiaanse vrouwenorganisaties die er bij de vredesdelegaties op hadden aangedrongen. De vrouwelijke delegatieleden hebben dat vervolgens op de agenda gezet. Hoewel de FARC gelederen voor ongeveer 40% bestonden uit vrouwen, en vrouwen volgens de FARC statuten gelijk waren aan mannen, was dat in de praktijk toch heel anders. Door dat percentage rond 40% te houden, waren er altijd 50% meer mannen dan vrouwen, hadden vrouwen dus nooit een meerderheid en konden mannen altijd de controle houden. Vrouwen hadden meer keus voor een mannelijke sekspartner, maar dat had ook tot gevolg dat er vaker van partner gewisseld werd en dat voorkwam weer dat er minder vaste relaties ontstonden met kans op zwangerschappen en deserties van paartjes die een gezin wilde stichten. Voor vrouwen was het dus ook veel moeilijker door te groeien naar een leidinggevende functie, laat staan lid van het secretariaat te worden. Vrouwen konden altijd seksuele gemeenschap weigeren (op verkrachting stond de doodstraf), maar als je dat als vrouw teveel deed, dan betekende dat in de praktijk dat je vaker rotklusjes moest doen. Vrouwen kregen vaak ook verplicht de prikpil en moesten een abortus ondergaan als ze toch zwanger raakten. Abortus in de zesde (en zelfs zevende) maand van de zwangerschap was geen uitzondering, omdat de zwangerschap vaak lang geheim werd gehouden. Door de gebruikte abortus-methode kwam de foetus vaak ook nog levend ter wereld. Hoewel, in enkele frentes waar minder vaak gevechtshandelingen voorkwamen, was abortus niet altijd verplicht, maar werd de baby 3 maanden na de geboorte ondergebracht bij een boerengezin. Meer interessants is te lezen in een rapport uit 2010 dat gebaseerd is op interviews met vrouwen die de FARC verlaten hebben "Like going to a fiesta – the role of female fighters in Colombia's FARC-EP". Homofobie in de FARC was zeker ook aanwezig. Openlijk homofiele mannen in de FARC die een seksuele relatie hadden, zijn wel geëxecuteerd, lesbische vrouwen met een relatie werden vaak gescheiden door één van de twee naar een ander onderdeel te sturen of gevangen te zetten. Homosexualiteit werd beschouwd als "een bedreiging voor de revolutionaire discipline". Ook homosexuele burgers in door de FARC gecontroleerd gebied werden wel vernederd of erger.

In mei 2016 werd Nijmeijer binnen de FARC-delegatie lid van een commissie die minderjarigen die op dat moment actief waren in de FARC moest identificeren, laten uittreden en overdragen aan de kinderbescherming. De FARC hanteerde sinds 1996 'officieel' een minimum leeftijd van 15 jaar in de statuten, maar zat daar in de praktijk meestal flink onder. Vijftien jaar is de leeftijdsgrens die de Geneefse conventie hanteert voor soldaten. Het VN verdrag over de rechten van het kind uit 1989 hanteert ook 15 jaar als leeftijdsgrens. Maar in het jaar 2002 is er een aanvullend protocol op het VN verdrag van de rechten van het kind in werking getreden dat de leeftijdsgrens op 18 jaar gesteld heeft. Uiteindelijk werden er in 2016 144 jongeren onder de achttien jaar en dertien onder de 15 jaar in de FARC gelederen op vrijwillige basis in het beschermingsprogramma opgenomen. De vraag blijft natuurlijk hoeveel jongeren er daadwerkelijk in 2016 in de FARC-gelederen waren gerekruteerd. Er zal een behoorlijk aantal van die jongeren omgepraat zijn om niet uit te treden. Naast de FARC, hebben ook ELN, de paramilitairen en het Colombiaanse leger kinderen gebruikt in de strijd. In 2003 heeft Human Rights Watch al een alarmerend rapport 'You Will Learn Not To Cry' gepubliceerd waarin sprake is dat 20 a 30% van de FARC-strijders minderjarig zijn. De FARC heeft vaak kinderen gerekruteerd van 12, 13 jaar en vaak soms nog jonger. Er is onderzocht door het ICP welke methodes gebruikt werden voor het werven van kindsoldaten in aflopende volgorde van succes: 1. Dreigen met represailles tegen hun familie, 2. Het valselijk aanbieden van een maandsalaris en de valse belofte dat je de FARC altijd weer kon verlaten. 3. Het instellen van een oorlogsquotum voor gezinnen binnen een door de FARC gecontroleerd gebied. Elk gezin moest één strijder leveren. 4. Het familiegeneratie-quotum. Guerrilleros/as met een gezin buiten het kamp werd soms verplicht een dochter of zoon in de FARC te laten opnemen. 5. Guerrilleros/as die verliefd werden op mensen buiten het kamp overtuigden hun liefje vaak om ook FARC-lid te worden. 6. Werving/indoctrinatie via scholen. Guerrilleros/as boden zich vaak aan als leraar maar hadden een verborgen agenda om te recruteren.
Het verhaal van de FARC is dan vaak, dat het vaak kinderen waren van arme kleine boeren en dat ze vaak slachtoffer waren van incest, vaak honger hadden, en/of niet naar school konden en dat ze hun toevlucht daarom zochten bij de FARC. Er bestaat twijfel bij dat verhaal, want je kunt als FARC natuurlijk ook gaan praten met die ouders en die ouders vervolgens economisch ondersteunen. Die "ondersteuning" gebeurde vaak al door die arme boeren gedwongen coca te laten verbouwen. De verhalen van de bevolking zelf betreffende de recrutering van hun kinderen zijn heel anders. In de door de FARC gecontroleerde gebieden oefende de FARC vaak sterke mentale druk uit op ouders om een zoon of dochter voor 'de strijd' af te staan. Soms verbleven jonge kinderen in het FARC-kamp alleen voor een paar uur training elke dag en dan mochten ze de rest van de dag gewoon thuis zijn, om na een tijd volledig in het kamp en de FARC opgenomen te worden. Op guerrilla-moeders wiens kind buiten het kamp werd opgevoed door derden, werd vaak grote druk uitgeoefend om dat kind op 13-jarige leeftijd al in de FARC-gelederen op te laten nemen. Maar er zijn ook verhalen van ouders van door de FARC geroofde kinderen die in de FARC-gelederen beland zijn. Kinderen in de FARC werden niet ontzien om ingezet te worden in de strijd. In bovengenoemd HRW rapport wordt o.a. 'Operacíón Berlin' beschreven waarin Columna Movil Arturo Ruiz (380 manschappen) (samengesteld uit frentes van Mono Jojoy) in November 2000 slag leverde in Norte Santander met het Colombiaans leger. De FARC werd in de pan gehakt. Er vielen vele doden en gewonden, waaronder veel kinderen onder 18 jaar. 150 van de 380 FARC-strijders (40%) bleken onder de 18 jaar te zijn.

Vooral jonge meisjes van rond de 15 jaar werden verwelkomd door de guerrilleros, waarbij de commandanten vaak de eerste keus maakten voor nieuwe verse bedpartners. Als een meisje de leeftijd van 15 jaar bereikt heeft wordt ze vaak gezien als volwaardige vrouw in Latijns-Amerikaanse landen. Dat wordt ook uitbundig gevierd. In Europese landen is seks van een volwassene met een minderjarige van onder de 16 jaar altijd een misdrijf, ook al is het door de minderjarige 'gewilde' seks. De wetgever gaat er vanuit dat de minderjarige grote kans heeft psychologische schade op te lopen dat zich in het latere leven openbaart. De volwassene heeft teveel overwicht op de minderjarige en er kan dan dus geen sprake zijn van consent. In Colombia ligt de wettelijke grens voor dit delict echter bij 14 jaar. Seksueel misbruik van minderjarigen (volgens de Colombiaanse leeftijdsgrens van 14 jaar) kwam ook binnen de FARC voor. Vooral bij commandanten, omdat je als 13 jarig meisje de avances van de commandant bijna niet kon weigeren zonder ernstige consequenties. Ging je op de avances in dat had dat vanzelfsprekend voordelen. Je kreeg cadeautjes en bescherming, je hoefde geen wacht te lopen en je werd niet ingezet bij gevechtsacties.

De inzet van kinderen bij vooral de FARC (maar ook bij de paramilitairen) was zo ernstig en zo wijdverbreid dat het JEP tribunaal er een aparte zaak voor heeft geopend, Caso 007. De waarheidscommissie van het JEP tribunaal presenteerde 28 juni 2022 haar eindrapport. Daarin is in paragraaf 4.3.3 te lezen dat het gezamenlijke JEP-CEV-HRDAG-project, vanaf 1990 tot 2017 in heel Colombia 16.238 gevallen van rekrutering van kinderen en adolescenten onder 18 jaar heeft kunnen tellen. Ook werd duidelijk gesteld dat dit een ruime onderrapportage is van de werkelijke cijfers. Rekrutering van minderjarigen maakte ook wezenlijk deel uit van het beleid van de FARC. In de 'zevende conferentie' (1992) van de FARC is dit duidelijk als besluit vastgelegd om de groeidoelstelling van de FARC te kunnen halen. Daarbij werd v.w.b. de methodes veel vrijheid gegeven aan de commandanten. Minderjarigen werden ook vaak opgeleid als sluipmoordenaars (niños pisa suave). Daarvoor bleken ze zeer geschikt omdat ze klein en licht zijn, en dus ook een lichte tred hebben. Groen geverfd en op blote voeten konden ze dan onzichtbaar en onhoorbaar op wacht staande soldaten van het Colombiaanse leger de keel doorsnijden of ergens explosieven leggen. Het inzetten van minderjarigen in de voorste linies als kanonnenvoer (ter bescherming van de meer ervaren guerrilleros) in gevechtsacties gebeurde ook wel. Het relaas van de ontvoerde Nederlandse bioloog Roelant Jonker die bewaakt werd door minderjarigen is in dit licht ook interessant om te lezen.
Nijmeijer beweert in het hoofdstuk van haar boek dat gaat over de de commissie voor minderjarigen, geen guerrilleros te kennen die onvrijwillig als kind de FARC in gegaan zijn. Dat is een onbegrijpelijke uitspraak! Als een guerrillero openlijk zou toegeven dat ie onvrijwillig is gerekruteerd, dan tekent ie ongeveer zijn doodvonnis. Hij wordt dan als onbetrouwbaar, niet "loyaal aan de revolutie" en als potentiële deserteur gezien. Bovendien is rekrutering van een kind per definitie onvrijwillig, omdat het kind die keuze altijd wordt aangepraat door manipulerende volwassenen, met valse beloftes en/of mentale druk. Hoe kan een kind, dat niet of heel gebrekkig kan lezen, niets van de wereld of politiek weet zich uit 'vrije wil' aansluiten bij een gewapende organisatie die mensenrechten niet respecteert. En wel voor de rest van zijn of haar leven (op desertie staat de doodstraf, ook voor kinderen)? Natuurlijk, het kan zijn dat de FARC als een ontsnapping wordt gezien uit een miserabel leven door een individuele minderjarige, maar maakt de FARC daar dan geen zwaar misbruik van? De FARC had ook gewoon goed onderwijs kunnen opzetten voor die minderjarigen zónder ze te rekruteren. Paragraaf 3.14 van het eindrapport van de Waarheidscommissie laat zien dat tussen 1998 en 2005 de piek van rekrutering van minderjarigen is geweest. Dat moet Nijmeijer opgevallen zijn in haar eerste jaren bij de FARC. Tijdens de aanval van het Colombiaanse leger op het kamp van Carlos Antonio Lozada in 2007 zijn niet alleen Nijmeijer's dagboeken gevonden, maar ook de laptop van Lozada, waar Nijmeijer ook werkzaamheden op verrichtte. Op die laptop stonden persoonlijke foto's van Nijmeijer's familie, maar ook foto's van kindsoldaten/rekruten die deel uitmaakten van Lozada's kamp. Die foto's zijn te zien in dit
fragment van de de documentaire 'Dichterbij Tanja' van Leo de Boer. Nijmeijer is dus zeker bekend met kindsoldaten in de FARC.

Lees verder op deze site over:

De (On)Mogelijkheid van een Rechtszaak tegen Tanja Nijmeijer in Nederland

Red Notice Interpol en Uitleveringsverzoek Tanja Nijmeijer Verenigde Staten

De 'Terroriste' Tanja Nijmeijer

De Gevonden Dagboeken van Tanja Nijmeijer

Fake News over Tanja Nijmeijer

Heeft Tanja Nijmeijer een Kind Vermoord?

Dodelijke Bomaanslag Sportkleding Magazijn door Tanja Nijmeijer

Tanja Nijmeijer Zegt Lidmaatschap van de Politieke FARC Partij Op



Published 10-july-2022Last Updated 22-july-2022